Mensenwerk

Portretten VNG'ers

Door corona was er in 2020 veel extra werk voor de VNG: gemeenten ondersteunen, onderhandelen over kosten, alles digitaal organiseren. Het lukte dankzij de inzet van de VNG-medewerkers die het extra werk deden terwijl meestal ook het gewone werk doorging.

 

Robbert Verkuijlen

Individuele medewerkers maken het verschil

Robbert Verkuijlen, coördinator Belastingzaken

Gemeentefinanciën

Wat was voor jou de uitdaging in het coronajaar 2020?

Gemeenten kregen te maken met ondernemers met betalingsmoeilijkheden. Dat gaf veel vragen over het kwijtschelden van belasting of uitstel van betalen. Gemeenten liepen daarnaast veel inkomsten mis op parkeren, leges, precario enzovoorts. We hebben de bedragen in kaart gebracht in verband met compensatie door het rijk. Vanaf juni heb ik ook Andries Kok vervangen als teamleider Gemeentefinanciën, hij ging met ouderschapsverlof.

Druk zeker?

Ik moest een paar tandjes bijzetten. We dachten van tevoren dat de zomerperiode relatief rustig zou zijn, handig voor Andries z’n verlof, maar dat pakte anders uit. Bij Gemeentefinanciën is altijd veel te doen, nu stond het onderwerp helemaal vol in de focus. De herijking wierp z’n schaduw vooruit, was de trap op/trap af systematiek van het gemeentefonds een blijvend goede keuze? Komen de financiële gevolgen van de Omgevingswet wel goed in beeld? Kortom, er moest veel gebeuren om beslagen ten ijs te komen in het bestuurlijk overleg.

Hoe gaat dit dan bijvoorbeeld?

Een voor de buitenwereld onopvallend voorbeeld uit vele: In de zomer kwamen de jaarresultaten van gemeenten van 2019. Onze specialisten hebben die resultaten razendsnel uit de beschikbare bestanden gehaald, onderzocht en geanalyseerd. Daaruit bleek dat gemeenten hard bezig zijn hun reserves op te eten. Een belangrijk gegeven voor de kabinetsformatie van 2021.

Hoe heb jij zelf 2020 ervaren?

Het was druk, maar je zat in een soort flow. Doordat ik op een teamleidersplek zat, zag ik ook in andere domeinen hoe groot het beroep was dat werd gedaan op mensen. En hoe mensen het verschil maken, bijvoorbeeld Lydia Jongmans, ze is eind 2020 met pensioen gegaan. Ik ben ervan overtuigd dat er zonder haar veel minder geld voor cultuur beschikbaar was gekomen. Ze kent de cultuurinstellingen, kwam met cijfers over wat het financieel betekende en ze ging erachteraan als het bij het ministerie niet doorkwam. Wat een power. En zo zijn er nog twintig deelterreinen waarvoor mensen zich inzetten. Overal zitten individuele mensen die er enorm toe doen. Het was ook erg bevredigend dat de Raad voor het Openbaar Bestuur (Rob) in een advies aan het rijk stelde dat de afspraken over de coronakosten een goed voorbeeld is van interbestuurlijke samenwerking.

Wat was een memorabel moment?

Toen in augustus de opschalingskorting werd bevroren. Anders gezegd: dat er niet nog ‘s 2 jaar extra geld van gemeenten wordt gepakt voor een niet bestaande opschaling. We hebben dat ingebracht in het coronaoverleg. De goede inbreng op de juiste de plek en tijd. Het was echt een window of opportunity die we hebben benut. Het is ook zo memorabel omdat die opschalingskorting voorheen uit graniet gehouwen leek.

Wat heeft het coronajaar 2020 blijvend opgeleverd?

De routine om online gemakkelijk een klankbordgroep te organiseren. De wetenschap dat de VNG zich snel kan aanpassen aan veranderde omstandigheden. En voor mij persoonlijk een versterkt besef hoe luxe het is om bestaanszekerheid te hebben. In een rijk land, met een prettige thuiswerkplek en met zinvol werk.

Wendy van der Burg

Mama, jouw werk is toch bellen met SZW?

Wendy van der Burg, beleidsmedewerker team Inclusieve Samenleving VNG en commissiesecretaris VNG-commissie Participatie Schuldhulpverlening en Integratie

Inclusieve samenleving

Jij was in 2020 druk met de ondersteuningsregelingen voor ondernemers. Hoe begon dat?

In februari werd ik gebeld door een collega van de gemeente Amsterdam, die vertelde dat ondernemers die zakendoen met China, bijstand voor zelfstandigen aanvroegen. Ze hadden problemen doordat de handel met China stillag. Ik was daarover nog in gesprek met het ministerie van SZW toen corona ook in Nederland toesloeg. Daarna ging het heel snel. Samen met Divosa en het ministerie stampten we de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) uit de grond. Daar ben ik heel druk mee geweest, ook met de andere crisisaanpakken in het sociaal domein, zoals de noodsteun aan voedselbanken en de ondersteuning aan mensen die hun baan verloren. Ik was het aanspreekpunt voor alle coronamaatregelen vanuit SZW bij de VNG.

Hoe heb je het aangepakt?

We begonnen vrij ad hoc, met een kerngroepje van mensen van de VNG, Divosa en SZW. Zowel met mensen van beleid als met mensen met verstand van de uitvoering. We sparden met het ministerie van SZW over de signalen van gemeenten en wat wel en niet uitvoerbaar was. Vrij snel hadden we een projectorganisatie opgezet, met een programmateam en werkgroepen, een stuurgroep en een bestuurlijk overleg met de minister, staatssecretaris, VNG-bestuurders en de voorzitter van Divosa.
Met ons kerngroepje van de VNG, Divosa en het ministerie hadden we die eerste weken meerdere keren per dag overleg. Dat ging de hele week door, vaak ook op zondag. Het was heel hectisch, er veranderde steeds van alles en we moesten veel uitzoeken. Of iets juridisch kon, hoe we gegevens boven water kregen, hoe we dit onder de Participatiewet konden uitvoeren. Allerlei praktische dingen. We dachten mee over hoe de Tozo zo uitvoerbaar mogelijk kon zijn. Tegelijkertijd ondersteunden we gemeenten bij de uitvoering.

Wat ging er goed?

De lijntjes tussen het ministerie, Divosa en onze achterban waren kort. Een groep gemeenten dacht heel actief mee, we hadden veel contact met de bestuurders uit de commissie PSI. Dankzij de gekozen projectstructuur hadden we strakke afspraken, dat werkte heel fijn. Zo werden de Q&A’s die we maakten voor gemeenten en de pers op één plek verzameld en gemaakt en werd het dan in één keer door alle partijen online gezet.

We hebben elkaar goed leren kennen, er was begrip over en weer over wat voor de verschillende partijen belangrijk is. Dat werkte heel prettig. Door deze hechte samenwerking hebben we een regeling kunnen maken die voor gemeenten goed uitvoerbaar is.

Wat was lastig?

Er moest heel veel heel snel gebeuren, want veel ondernemers zaten in acute nood. We hebben daarom snel grote stappen gezet, in de gedachte dat het een paar maanden zou duren en dat dan alles wel weer normaal zou zijn en we de boel netjes konden regelen. Bijvoorbeeld hoe we het goed volgens de regels van de Participatiewet konden uitvoeren. Maar die tijd kregen we niet, want de crisis duurde veel langer. Er kwamen allerlei details en praktische zaken vanuit de uitvoering boven, die we later alsnog moesten regelen terwijl de crisis voortduurde en er nieuwe regelingen bijkwamen die ook uitgevoerd moesten worden. De druk op de uitvoering was groot. Het is voor gemeenten nu bijvoorbeeld veel werk om de verantwoording voor de accountant goed te regelen. Na het begin van ‘met elkaar de schouders eronder zetten’ kwamen we eind 2020 in een sfeer van verantwoording en controle. Dat vind ik jammer.

Persoonlijk vond ik het lastig dat het zo lang zo druk was. Ik heb twee kleine kinderen, die een deel van de lockdown thuis waren. Een pittige combinatie.

Wat vind jij tekenend voor 2020?

Mijn zoontje, toen 5 jaar oud, werd een keer midden in de nacht wakker en zei: Mama, jouw werk is toch bellen met SZW? Toen realiseerde ik me dat ik wel erg veel aan het bellen was en liever meer tijd aan mijn kinderen wilde besteden. Ik heb wel eens gebeld met de staatssecretaris terwijl ik in de speeltuin stond. Het was hectisch en tegelijk leuk en interessant. Al is niet iedereen volledig geholpen, veel ondernemers waren blij met de ondersteuning. Dat was een direct resultaat van ons werk en dat geeft een goed gevoel.

Esther Verbaan

Schoonmaker staat hoger in aanzien

Esther Verbaan, teamleider facilitaire dienst

Facilitaire dienst

Hoe was het voor jou nadat premier Rutte op 15 maart de lockdown aankondigde?

Het is voor een gebouwbeheerder raar als er geen gebouw meer is om op te passen. De directie besloot na de persconferentie dat het gebouw nog één dag openbleef. Dit had gevolgen voor alle onderdelen van de facilitaire dienst en er moest over de kleinste dingen worden nagedacht. Zo heeft de cateraar op die dag de voorraden zoveel mogelijk verwerkt zodat het in de vriezer kon voor later.

Wat ging jouw afdeling doen?

Ook in een dicht gebouw is er het nodige te regelen. Koffieautomaten onderhouden zodat ze niet verkalken, de post moet worden opgehaald en overgedragen aan de mensen voor wie het is bedoeld. De kranen moeten worden doorgespoeld. De werkzaamheden van het servicepunt gingen van huis uit door.

En toen de Willemshof in mei weer openging?

Een pand sluiten is niet moeilijk, als iedereen het maar weet. Maar een gebouw openen met allerlei maatregelen is een ander verhaal. We stelden de regel in dat 20% van een team binnen mocht zijn en dat de teamleider toestemming moest geven voor aanwezigheid. We hadden looproutes, desinfectiemiddelen, een zeer precieze schoonmaakroutine. Een deel van de toetsenborden en de stoelen hebben we weggehaald en opgeslagen. Het was een flinke organisatie.

Wat waren de bijzondere momenten?

De heidag van het bestuur was heel bijzonder, alles moest zeer coronaproof verlopen. Op het parkeerterrein hebben we een tent neergezet om de ruimte te vergroten. Ook de online ALV in september was heel speciaal. Op deze dag mocht er niemand anders naar binnen omdat er anders te veel mensen in het pand waren.

Hoe was het om dat te organiseren?

Het was heel speciaal om alles samen te doen met verschillende afdelingen. We hebben voor de ALV bijvoorbeeld veel meer dan normaal samengewerkt met VNG Connect. Mooi om te zien hoe zij dingen regelen en hoe professioneel dat gaat. Ik vond het ook waardevol dat er zoveel vertrouwen was in de facilitaire dienst, dat ons team in staat was alles goed te regelen. Het was ook zo. Een mooi aspect van de crisis – ondanks al het leed – is dat bijvoorbeeld schoonmaakwerk nu meer aanzien krijgt.

Wat blijft je bij van 2020?

Het was voor mij ook wel een leuke tijd omdat je aan zoveel dingen moest denken, zeker in het begin. Opmerkelijk is hoe snel je went aan online werken en dat het ook via Teams steeds beter lukt om een goed persoonlijk gesprek te voeren. Voor ICT is het leuk dat de faciliteiten die zij al veel langer hadden klaargezet voor online werken, nu worden gebruikt. Voorheen had iedereen Teams op z’n computer, maar veel mensen deden er niets mee, totdat corona het noodzakelijk maakte. Ik denk dat dit voor een deel blijft, ook na de coronatijd.

Freek Selen

Een flinke puzzel om alles in beeld te krijgen en te ordenen

Freek Selen, strategisch adviseur directie beleid

Compensatie gemeenten

Waar was jij mee bezig in 2020?

De opgave was zo goed mogelijk in beeld te krijgen welke extra kosten gemeenten moesten maken door corona en welke inkomsten ze daardoor misliepen. Dat was belangrijk om te kunnen onderbouwen welke compensatie gemeenten nodig hebben.

Hoe ging dat?

Vooral in de eerste periode was het alle hens aan dek. We kregen heel veel vragen van gemeenten en veel collega’s en sectoren kwamen melden dat er ook bij hen sprake was van extra kosten. Het was een flinke puzzel om het allemaal te structuren en in het juiste proces te krijgen.

Hoe heb je het aangepakt?

We maakten overzichten van onderwerpen waarvan we signalen kregen dat er sprake was van meerkosten. Vervolgens hebben we de inhoudelijke collega’s erbij gezocht om het bij verschillende gemeenten te onderzoeken. Het was uitvragen, uitzoeken, ordenen en structureren. Op basis van deze overzichten is bureau AEF in opdracht van de VNG onderzoek gaan doen naar de meerkosten, aan de hand van diepte-interviews met gemeenten. Daarnaast is er een grote enquête gehouden onder gemeenten. Elke week hadden we overleg: hebben we alles in beeld? Loopt het goed? Wat moeten we nog meer onderzoeken? Soms kwamen er dingen op tafel die je van tevoren niet kon bedenken, bijvoorbeeld dat ook de kosten voor de afvalinzameling oplopen. Er is meer afval en gemeenten moeten de drukte bij de afvalbrengstations managen.

Wat was het meest memorabele moment?

Het was belangrijk dat op 8 april de principe-afspraak is gemaakt, maar je weet dan nog niet precies hoe dat uitpakt. Op 28 mei was het eerste inhoudelijke Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen. Dit was het moment waarop de eerste bedragen akkoord werden bevonden. Toen voelde ik een besef van ‘nu zijn we op de goede weg’.

Renske Steenbergen

We hebben succesvol op de deur gerammeld

Renske Steenbergen, programmamanager Transitiefase Covid-19

Programma transitiefase COVID-19

Wat was je vraagstuk?

Toen de coronacrisis uitbrak in maart, richtten we het programma Transitiefase COVID-19 op om gemeenten te helpen bij de impact van de crisis. We dachten toen nog dat het niet zo lang zou duren, dat we in de zomer wel weer zouden beginnen met een transitie naar het oude normaal. Dat pakte helaas anders uit.
De VNG heeft geen directe rol in de crisisaanpak, die rol ligt bij de Veiligheidsregio’s. Maar we wilden als vereniging wel weten waar onze leden tegenaan liepen. Hen ondersteunen tijdens de crisis. En voorbereiden op het herstel na de crisis.

Hoe heb je het aangepakt?

We vormden een klein kernteam en hebben vanuit elk dossier in de Willemshof mensen aangehaakt. Ik heb hiervoor een programmastructuur opgezet. Naast dat interne programmateam vormden we een bestuurlijke klankbordgroep COVID-19, met zo’n 40 gemeentelijke bestuurders die wekelijks overlegden. Van hen hoorden we wat er speelde bij gemeenten en wat ze nodig hadden. Dat gebruikten wij in onze contacten met het rijk en dit hielp bij bijvoorbeeld het maken van afspraken over coronacompensatie.
In het interne programmateam verzamelden we alle deskundigheid die we nodig hadden om gemeenten goed te ondersteunen. We hebben van alles georganiseerd, van webinars tot een regelmatige corona-nieuwsflits.

Wat ging er goed?

Als VNG vroegen we bij het rijk steeds aandacht voor de effecten van de crisis bij gemeenten. De aandacht ging in het begin vooral naar gezondheid, maar de coronacrisis heeft op veel meer gebieden een grote impact. Van handhaving tot economie en van cultuur tot onderwijs. Al die punten hebben we bij het rijk goed onder de aandacht kunnen krijgen. Mede daardoor kwam er bijvoorbeeld extra geld voor kwetsbare groepen. En natuurlijk de brede compensatie voor gemeenten. Daarnaast hebben we veel voor gemeenten kunnen betekenen in de ondersteuning. We richtten een speciale juridische helpdesk op voor alle vragen over de handhaving van coronamaatregelen. En 3.500 ambtenaren waren actief op het VNG-forum over corona.’

Wat was lastig?

Dat we geen vaste rol hadden in de crisisbeheersing maakte het werken wel lastig. Maar we zijn bij het rijk op de deur blijven rammelen om ervoor te zorgen dat er voldoende aandacht was voor de vragen en aandachtspunten van gemeenten. Ook voor de herstelagenda die hard nodig is voor na de crisis, want we verwachten dat er straks heel veel problemen gaan ontstaan. Op allerlei vlakken: mentale en fysieke gezondheid, werkloosheid… er komt veel op gemeenten af. Daar willen we op voorbereid zijn.
Zelf vond ik de dubbele werkbelasting niet gemakkelijk. Dat gold niet alleen voor mij, heel veel collega’s bij de VNG en ook bij gemeenten hadden twee of drie banen tegelijk. Het gewone werk ging door en daarnaast het werk door de coronacrisis. Dit gaat ook in 2021 nog door en dat eist zijn tol, merk ik. De rek is eruit, ook bij gemeenten. Er wordt veel naar gemeenten gekeken voor de uitvoering van allerlei maatregelen, maar dat kan echt niet altijd.

Waar ben je het meest trots op?

Dat voor gemeenten goede afspraken werden gemaakt over coronacompensatie. Toen dacht ik: yes, hier doen we het voor! Ik ben ook trots dat dankzij onze inbreng de rol van wethouders en raadsleden goed werd omschreven in de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19. Dat weet ik weer dat ik iets zinvols doe. Zeker in een moeilijk dossier als de coronacrisis vind ik dat heel belangrijk.

Henri Kaper

Laat ik het zo zeggen: ik ben lekker bezig geweest

Henri Kaper, proces- en projectondersteuner communicatie bij VNG Realisatie

Webinars

Je verzorgde in 2020 ruim 100 webinars en de wekelijkse zeepkisten. Hoe kwam dat?

Het faciliteren van webinars was al een onderdeel van mijn werk voor VNG Realisatie. Toen de lockdown in maart begon, ving ik op dat de VNG de tweewekelijkse zeepkist online wilde doen, zodat Pieter Jeroense collega's kon bijpraten. Ik bood aan daarbij te helpen en dat werd het einde van mijn ‘rustige leven achter de schermen’. Kijkers vroegen mij ook voor de camera te komen en mij voor te stellen. Toen wist iedereen wie ik was en dat webinars een mooi alternatief zijn in coronatijd. Daarna was ik bijna alleen nog bezig met webinars, in totaal 112 in 2020 plus de zeepkisten van VNG en VNG Realisatie.

Hoe heb je het aangepakt?

De apparatuur had ik al. Later in het jaar mochten we een vergaderkamer op de begane grond van de Willemshof inrichten als studio. Daar hebben we een mooie achtergrond voor aangeschaft zodat het er professioneel uitziet.
Een webinar is meer werk dan dat ene uur dat we ‘in de lucht’ zijn. Voorafgaand is er het inplannen en testen van de verbinding van online sprekers. Voor het webinar begint ben ik een uur van tevoren in de studio om alles klaar te zetten. Iets later komen de sprekers die dan eerst geïnstrueerd worden en nog even gezamenlijk overleg hebben. Tijdens de uitzending houd ik de techniek en de chat in de gaten. Ik ben ook een beetje regisseur: als mensen te snel of te zachtjes praten, geef ik ze een seintje. Heel soms moet ik ingrijpen om een probleem op te lossen. Na afloop download ik de opname, doe wat nabewerking en plaats deze op YouTube. En ten slotte de afsluitende mail aan iedereen die zich voor het webinar heeft ingeschreven, met de presentatie en de link naar de opname. Al met al ben ik zo’n 4 uur bezig met een webinar, schat ik. In coronatijd nam het aantal deelnemers aan webinars toe; soms waren er meer dan 1.000 aanmeldingen. Van zo’n aantal kan je wel wat nerveus worden, ook al is alles wat je moet doen hetzelfde als bij 20 kijkers. En er mag ook best wat fout gaan, vind ik. Iedereen moest het in 2020 een beetje uitvinden, we zaten allemaal in dezelfde situatie. Belangrijker dan perfectie is dat ik de sprekers op hun gemak stel, dus zeg ik tegen ze: het is geen 8-uurjournaal, het hoeft niet helemaal strak te zijn.

Wat ging er goed?

Het liep eigenlijk allemaal wel goed. Af en toe een technisch probleem of een storing, dat kan gebeuren. Het scheelde dat ik de meeste valkuilen daarvoor al had ontdekt. En het was leuk dat er door de bijzondere situatie een makkelijk soort contact ontstond met collega’s van de VNG, die ik daarvoor nog niet zo goed kende. Het was een heel druk jaar, maar positief druk, het gaf voldoening. Laat ik het zo zeggen: ik ben lekker bezig geweest.

Wat was lastig?

Het was wel lastig dat ik haast niet meer toekwam aan mijn andere werk voor VNG Realisatie. Na verloop van tijd ging ook VNG Connect webinars faciliteren, daardoor verminderde de druk. Ik heb geholpen de collega's in te werken.

Wat was voor jou het meest memorabele moment in 2020?

De VNG-zeepkisten met Pieter Jeroense, de eerste maanden in de aula van de Willemshof, dat was een leuk gebeuren. Ik merkte aan collega’s in de chat dat het gewaardeerd werd. En het was fijn dat ik naar kantoor mocht komen. Dat voelde tijdens de lockdown als een uitje. Er werd me ook een keer gevraagd om na een zeepkist, voor het personeelsblad foto’s te maken van de verlaten Willemshof. Dat was een aparte ervaring, om met een camera door het lege kantoor te lopen … net of ik zo’n urbex-fotograaf was, zo iemand die leegstaande gebouwen ontdekt. Ons vertrouwde kantoor was een vreemde omgeving geworden.

Janine Jongepier

Gevleugelde woorden waren: natuurlijk, ga ik doen

Janine Jongepier, secretaris College van Arbeidszaken

Veelgestelde vragen

Wat was jouw uitdaging in 2020?

Bij Arbeidszaken kregen we onmiddellijk na de corona-uitbraak veel vragen van gemeenten over de continuïteit van de dienstverlening en hoe dit te organiseren. Hoe konden mensen aan het werk blijven? Wie konden wel en niet naar het werk komen? Niet enkel gemeenten, maar heel Nederland. Op zoek naar antwoorden, kwam ik uit bij collega's Elly Dekker die in verbinding staat met het vraagstuk publieke gezondheid en de GGD, en bij Martijn Groot Nibbelink die in veiligheidsvraagstukken en crisisstructuur zit. Zo sloten we aan op de crisisstructuur van het kabinet. Intussen bleek dat op alle terreinen veel vragen kwamen. De uitdaging was om die snel en goed te beantwoorden én te zorgen dat de antwoorden op veel voorkomende vragen beschikbaar kwamen voor alle gemeenten.

Hoe heb je het aangepakt?

Met Jeroen Engelsman (Communicatie), Digna Doude van Troostwijk en Esther van Luijken (Klant Contact Centrum, KCC) zetten we een FAQ-machinerie op. Jeroen en ik begonnen ‘s morgens om half acht met het selecteren van de vragen van het KCC. Wat was relevant voor alle gemeenten? Wat leefde breed? Vervolgens zorgden de deskundige beleidscoördinatoren dat er een snel antwoord kwam, afgestemd met externe partijen zoals ministeries of de veiligheidsketen. De antwoorden werden geplaatst in de rubriek veelgestelde vragen op de websitepagina’s over corona. Wekelijks spraken Jeroen en ik de beleidscoördinatoren om elkaar op de hoogte houden van nieuwe ontwikkelingen, zoals de bestuurlijke taskforce bij de VNG, de noodmaatregelen van SZW en de noodwetten van V&J en BZK.

Wat ging er goed?

We hadden de juiste mensen te pakken. Wie nodig was, deed mee. Alle mensen gaven er prioriteit aan om vragen snel en adequaat te beantwoorden. Het scheelde veel werk om FAQ’s snel op de website te plaatsen omdat je daarmee individuele vragen via de beleidsmedewerkers ondervangt. We wilden ook graag dat gemeenten elkaars oplossingen uit de praktijk kenden. Toen heeft Jeroen met Communicatie op de VNG-website het forum voor corona opgezet. In korte tijd sloten hier 2.000 mensen op aan, wat in de loop van het jaar uitgroeide naar 3.000 mensen.

Wat kon er beter?

Het was eerst zoeken hoe en waar op de website we de FAQ’s konden plaatsen, daarvoor zijn aanpassingen gedaan. Na verloop van tijd zijn aparte pagina’s ingericht voor grote onderwerpen zoals de Tozo-regeling, waarover hele specifieke vragen binnenkwamen. Ook voor alle tijdelijke wetten voor COVID-19 maatregelen is een eigen lijn opgezet. Jeroen coördineerde dit met de redactie van de website.

Was er een memorabel moment?

Die eerste weken waren heel bijzonder. Jeroen en ik hadden elke morgen een ‘ontbijtdate’ voor het doornemen van de vragen. Het was ook mooi om te ervaren dat alles zo vanzelfsprekend ging. ‘Natuurlijk, ga ik doen’, dat waren gevleugelde woorden. De vereniging blijkt wendbaar genoeg om snel in te spelen op urgente vragen, en verschillende afdelingen en VNG-bedrijven weten elkaar goed te vinden. Op een zeker moment was ook duidelijk dat het niet meer een acute crisissituatie was, de werkwijze is in de lijn ondergebracht en toen ben ik me weer gaan richten op mijn eigen werk: werkgeverszaken.

Vragen en antwoorden over de verschillende beleidsonderwerpen en corona leest u op deze pagina van de website van de VNG

Thomas Zwiers

Iedereen zette er samen de schouders onder

Thomas Zwiers, projectleider aanpak problematiek arbeidsmigranten

Arbeidsmigranten

Wat was je vraagstuk?

Toen ik in februari begon met werken bij de VNG, werd er een bestuurlijk overleg georganiseerd omdat het rijk de problematiek rond arbeidsmigranten wilde aanpakken. Ik haakte daarbij aan, in mijn vorige baan als wethouder had ik mij ook met deze problematiek beziggehouden. We vreesden dat de coronacrisis de problematiek van arbeidsmigranten nog groter zou maken en dat is helaas ook gebeurd. Het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten van Emile Roemer ging aan de slag en bracht het onderwerp hoog op de politieke agenda.

Hoe heb je het aangepakt?

Binnen de VNG hebben we heel veel kennis op het gebied van arbeidsmigranten. Die is verspreid over de hele organisatie. Mensen houden zich er vanuit hun eigen specialisatie mee bezig, zoals het sociaal domein, huisvesting, economie, openbare orde en veiligheid en de aanpak van mensenhandel. Ik heb geprobeerd om al deze kennis te verbinden en samen te brengen. Vanuit de diverse beleidsafdelingen en de VNG-commissies die dit onderwerp op hun agenda hebben. We richtten een bestuurlijke klankbordgroep arbeidsmigranten op, met afgevaardigden uit de verschillende VNG-commissies en vertegenwoordigers uit andere gemeentelijke netwerken. We hebben op deze manier vanuit de VNG onder meer bijgedragen aan het rapport van het Aanjaagteam.

Wat ging er goed?

Ik vond het heel bijzonder dat mensen uit allerlei hoeken van de VNG samen de schouders eronder zetten. Behalve de klankbordgroep hebben we geen structuur opgetuigd, geen vast programma of iets dergelijks. Iedereen deed vanuit de eigen deskundigheid mee. Het resulteerde in een aantal bestuurlijke standpunten van de VNG over de aanpak van de problematiek van arbeidsmigranten. We vertalen dat in 2021 in een ondersteuningsaanpak voor gemeenten. Wat ik ook bijzonder vond: ik heb veel verschillende mensen in korte tijd goed leren kennen, binnen de VNG en bij verschillende departementen. We werkten uitsluitend online samen, ik heb ze nog nooit in levenden lijve gezien.

Wat was lastig?

De problematiek van arbeidsmigranten is lastig aan te pakken. Er is veel onzichtbaar, we weten bijvoorbeeld niet waar deze mensen wonen omdat velen niet zijn ingeschreven in de BRP. Daarbij raakt het thema verschillende beleidsterreinen en ministeries, wat een samenhangende aanpak lastig maakt. De problematiek is al jaren bekend en groeiende, toch lukt het niet goed om het op te lossen. Hopelijk zet het nieuwe kabinet in 2021 hier stappen in. Gemeenten en de VNG zijn er in ieder geval klaar voor.

Waar kijk je met trots op terug?

Dat we met zoveel verschillende partijen en specialismen gezamenlijke standpunten over arbeidsmigranten hebben geformuleerd. We staan nog aan het begin, nu moeten we ervoor gaan zorgen dat we het in Nederland beter voor arbeidsmigranten regelen. Ook dat zal in samenwerking moeten gebeuren, dus dat willen we zeker vasthouden.

Marc Gerritsen

We hebben elkaar vooruitgeholpen

Marc Gerritsen, senior projectleider congressen

Congressen

Wat was je vraagstuk?

De organisatie van twee grote fysieke evenementen was al volop aan de gang toen we door corona het roer moesten omgooien. Bij de Dag van de Stad – die eigenlijk zou plaatsvinden in Heerlen – hebben we eerst nog gekoerst op een hybride vorm als alternatief: een mengvorm van 5 kleinschalige fysieke bijeenkomsten en een grote online afsluiter voor een landelijk publiek. Uiteindelijk was dit ook niet mogelijk en hebben we er een volledig online programma van gemaakt. Bij de Dag van de Zorg en Veiligheid hadden we fysiek een zeer grote opzet met bijna 60 workshops. Dit programma hebben we voor de online versie ingrijpend aangepast en teruggebracht naar 20 workshops. Alles in intensief overleg met de opdrachtgevers, uiteraard.

Hoe heb je het aangepakt?

De overgang van fysieke evenementen naar online evenementen is een perfect stukje samenwerking geweest tussen alle projectleiders bij VNG Connect. We hadden nog weinig ervaring met online evenementen. In rap tempo hebben we ons verdiept in de mogelijkheden van online. Online evenementen stellen andere eisen dan fysieke. Het lijkt meer op televisie, er is veel afwisseling nodig om online deelnemers geboeid te houden. We hebben ook gemerkt dat het online netwerken echt een aparte plaats in het programma moet hebben, anders komt het er niet van.

Wat ging er goed?

Ik ben trots op de samenwerking en betrokkenheid van het hele team, we hebben er echt samen de schouders onder gezet om online evenementen succesvol te laten zijn. Dat het, door de omstandigheden gedwongen, een volwaardig alternatief is voor fysieke evenementen. Iedereen stond voor dezelfde uitdagingen. De één maakt de omslag naar online gemakkelijker dan de ander. Het mooie is dat we, ondanks een lange periode van onzekerheid of je je baan behoudt, de hele tijd met elkaar verbonden zijn gebleven en we er voor elkaar waren om te helpen en van elkaar te leren. We hebben elkaar echt vooruitgeholpen.

Wat was lastig?

De hele situatie is ontzettend paradoxaal. Iedereen heeft heel erg hard gewerkt, we hadden het allerdrukste najaar ooit. Het is dubbel dat je omkomt in het werk en tegelijk beseft dat de inkomsten uit onlinecongressen veel minder zijn dan die uit fysieke evenementen. Enerzijds hebben we succes gehad, wat ook blijkt uit lovende evaluaties, anderzijds is het financieel zo lastig dat het team moet inkrimpen. Dat is moeilijk te verkroppen.

Wat was het meest memorabele moment?

Bij een congres is het meestal zo dat één of twee weken van tevoren alle stukjes bij elkaar komen. Bij de Dag van de Stad was dat moment minder dan een week voor de Dag zelf. In die laatste dagen moesten er nog heel veel losse eindjes worden geregeld. Met sprekers, draaiboeken, in de decors et cetera. Toen ik een dag van tevoren op de congreslocatie kwam, viel alles op z’n plek. Na dagen van koortsachtig regelen, was er opeens de geruststelling dat alles goed kwam. Een memorabel en weldadig moment.

João Esteves

Ik wandelde elke dag voor de post naar de Willemshof

João Esteves, coördinator post en repro bij de VNG

Post

Hoe deed jij je werk toen de Willemshof dicht ging?

Toen het gebouw in maart dicht ging, moest ik ervoor zorgen dat de post bij de juiste mensen terechtkwam. PostNL bracht nog steeds post, de haalservice heb ik stopgezet want we verstuurden alleen nog digitale post. Wat bij de postbus binnenkwam, zou PostNL doorsturen. Ik woon gelukkig heel dichtbij de VNG en wandelde elke dag naar de Willemshof om de post bij de brievenbus op te halen. Ik nam het mee naar huis. Het was veel, er lagen hier in de logeerkamer soms stapels tijdschriften en brieven.

Hoe heb je het aangepakt?

Ik sorteerde thuis de post. Als een brief aan iemand was gericht dan nam ik contact op, om te vragen of ik de post mocht openmaken. Als dat mocht, dan nam ik een foto en mailde ik die. Gewoon met mijn telefoon, want een scanner heb ik thuis niet. Elke woensdag ging ik naar de Willemshof en konden mensen hun post voor de deur ophalen. Vicky Kuiper, die de post archiveert, was er dan ook en die gaf ik de post zodat zij die kon archiveren. Met wat aanpassingen ging het allemaal redelijk goed. Bij de tweede lockdown, in het najaar, was er al meer geregeld. Ik kreeg de werklaptop thuis, zodat ik vanuit huis de repromachine kon bedienen. Adressen samenvoegen, boekjes bewerken, dat kon toen allemaal vanuit huis.

Wat ging er goed?

Dat mensen elke woensdagmiddag de post bij de Willemshof op de stoep konden ophalen, dat vonden veel mensen gezellig. Zo zagen we elkaar weer eens. Ik had een lijst met hoe mensen een seintje wilden krijgen als er een brief voor ze was. De één wilde gebeld worden, de andere een mail of app. Maar er waren ook collega’s die zeiden ‘je hoeft mij geen seintje te geven, want ik kom woensdag wel even langslopen’. Dan hadden ze weer een ommetje. Ondanks alle problemen door corona was dat elke week een gezellig moment.

Wat was lastig?

Voor de jongens van de postkamer was het heel triest, want die zaten thuis, zich te vervelen. We hadden een appgroep, om zo af en toe te vragen hoe het met iedereen gaat. Soms had ik goed nieuws, dan appte ik ‘we gaan pakketjes versturen’ en dan kwam iedereen naar kantoor. Zoals met de kerstpakketten. Wat ik verder lastig vond, zeker in de eerste maanden, was het maken van foto’s van de post en het mailen. Ik had mijn werklaptop toen nog niet, dat moest met mijn telefoon. En wat vervelend was, was dat het doorsturen van de postbuspost niet goed ging. PostNL zei we sturen het door, maar we kregen bijna niks. Toen de Willemshof weer openging, kwamen ze ineens 6 postzakken vol brengen. Ook met rekeningen, die daardoor te laat betaald werden. Dat was niet onze fout, maar natuurlijk wel heel vervelend.

Wat was voor jou het meest memorabele moment in 2020?

Naast de woensdagmiddagen bij de postbus, de zeepkisten met Pieter Jeroense. Die waren elke dinsdag en dan mocht ik ook naar binnen. Dan legde ik de tijdschriften op de afdelingen neer, dat soort dingen. Het was heel raar, met maar 5 mensen in een gebouw waar het anders altijd zo druk is. Mijn vrouw werkt in het restaurant van de VNG, zij zat ook thuis. Zij bakte voor elke dinsdag een taart of cake, die nam ik dan mee. Zo hadden we koffie met gebak en maakten we het toch een beetje gezellig.

Juliette van der Jagt

Samen inspelen op urgente problemen

Juliette van der Jagt, senior juridisch adviseur

Verkiezingen

Wat was voor jou de uitdaging in 2020?

Samen met collega’s heb ik me ingezet om snel integrale adviezen te maken over de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19, de veelbesproken COVIDwet. Samen met Marij Frons en Christiaan de Vlieger schreven we adviezen, in afstemming met het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en een groot aantal bestuurders. Verschillende domeinen waren erbij betrokken: handhaving, kinderopvang, personenvervoer, arbeidsrecht enzovoorts. Wij waren de penvoerders maar het was echt integraal werken, mooi! Naast de COVIDwet was ik intensief bezig met het coronaproof organiseren van de Tweede Kamerverkiezingen in 2021 en de verschillende voorstellen voor spoedwet- en regelgeving die daarmee gepaard gingen.

Hoe ben jij aan het werk gegaan met de coronaproof verkiezingen?

Wij adviseerden over de wetsvoorstellen voor coronaproof verkiezingen in nauwe samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Burgerzaken (NVVB), het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en de VNG-commissie Bestuur en Veiligheid. In het eerste wetsvoorstel stonden regels voor de inrichting van een coronaproof stemlokaal, zoals de aanwezigheid van desinfectiemiddelen en 1,5 meter afstand kunnen houden. In het tweede voorstel is het stemmen per brief voor 70+’ers en early voting voor met name kwetsbare kiezers geregeld. De herindelingsverkiezingen in november in 6 gemeenten in Groningen en Brabant waren een goede testcase. We hebben daarvan geleerd dat grote tellocaties nodig zijn omdat het anders niet lukt anderhalve meter afstand te houden. Het bleek ook niet handig dat de communicatie over de gezondheidscheck ingevouwen zat bij de stempas die de kiezer krijgt thuisgestuurd. Sommige mensen openen deze envelop pas in het stemlokaal. Een aanpak die goed en coronaproof werkte was het drive through-stemlokaal in Vught.

Wat was een memorabel moment?

Toen de Tweede Kamer de spoedwet behandelde over het stemmen per brief en de mogelijkheid van early voting voor kwetsbare kiezers. De VNG had over de verbeterpunten geadviseerd en een brief geschreven dat het niet wenselijk was om nog meer maatregelen te verlangen, omdat anders de uitvoerbaarheid in het geding zou komen. Verschillende Kamerleden onderschreven dit in het debat. Ik vond het gaaf dat ze ons geluid hadden gehoord.
 

Was er een moeilijk moment?

Het extra werk door COVID-19 kwam bovenop het gewone werk. Gemeenten zaten met veel acute vragen. Voortdurend waren er deadlines, terwijl ook de scholen dichtgingen en ik mijn kinderen van 6 en 9 thuisonderwijs moest geven. Het werk ging door. ’s Avonds en ook tijdens het lesgeven. Zat ik een mailtje te lezen, zei m’n kind: mama, dat doet de juf ook niet! Het was best pittig om alle ballen in de lucht te houden.

Wat blijft je bij van de coronatijd?

Dat we met z’n allen, met de hele VNG, in staat zijn gebleken om snel op urgente problemen in te spelen, terwijl we het normale werk ook gewoon zijn blijven doen. Ik hoop dat we daarmee veel voor gemeenten hebben kunnen betekenen.

Meer over het VNG-standpunt over de uitvoerbaarheid van de verkiezingen leest u in dit nieuwsbericht op de website van de VNG

Korald Postuma

Omdenken naar wat kan wel

Korald Postuma, teamleider Waarstaatjegemeente

Coronadashboard

Wat was je vraagstuk?

Ik ben bij VNG Realisatie teamleider van Waarstaatjegemeente, waarop we allerlei gegevens voor gemeenten laten zien. Toen de coronacrisis uitbrak, werd de behoefte aan actuele data urgent. Het liefst data op weekbasis. Dat was voor ons een nieuwe werkwijze. Er was geen tijd om uitgebreid te onderzoeken hoe we dit moesten doen, want gemeenten hadden direct data nodig. We hebben toen heel snel zoveel mogelijk relevante, actuele cijfers gepubliceerd op Waarstaatjegemeente.

Hoe heb je het aangepakt?

We begonnen met een knop op Waarstaatjegemeente over coronacijfers met gegevens die we al hadden. Via de ministeries kregen we data over besmettingscijfers en ziekenhuisopnames, maar gemeenten hebben meer nodig. De coronacrisis heeft een enorme impact op allerlei facetten binnen een gemeente, van economie tot mobiliteit. Dat wilden we allemaal laten zien. We hebben een Data Dream Team van zo’n 30 gemeenten opgezet, dat met ons meedacht welke data gemeenten nodig hebben. Met de leveranciers van de data, zoals het CBS, overlegden we welke actuele data ze konden leveren. Ook de leverancier van het platform waar Waarstaatjegemeente op draait, ABF Research, dacht met ons mee over databronnen. Veel data bleken maandelijks of wekelijks verkrijgbaar, zo konden we snel actuele gegevens tonen, van faillissementen tot coronaboetes.

Wat ging er goed?

Het Coronadashboard werd al snel de best bezochte plek op Waarstaatjegemeente. In 2020 hadden we bijna 50.000 views! Ik vond het ook leuk om te zien hoe snel we goed samenwerkten met gemeenten en de collega’s bij de VNG, in het afstemmen welke gegevens we wilden laten zien. Ik vind dat we ook als team zijn gegroeid. Voorheen waren we gewend om alles van tevoren heel goed uit te zoeken en iets pas op Waarstaatjegemeente te zetten als het helemaal klaar was. Nu was die tijd er niet en werkten we met wat we hadden. Niemand wilde de coronacrisis, maar door de nieuwe werkwijze is mijn baan er leuker op geworden. We zijn snel met elkaar in gesprek en realiseren snel uitbreidingen en verbeteringen van Waarstaatjegemeente.

Wat was lastig?

Het was een jaar van uitersten. Aan de ene kant was het heel leuk om zo intensief samen te werken en snel dingen te realiseren. Aan de andere kant liepen werk en privé volledig in elkaar over. Zeker in de eerste maanden was de werkdruk hoog. Normaal stap ik na het werk in de trein en dat is dan een natuurlijke overgang van werk naar privé. Nu moesten we elkaar in het team er soms op aanspreken dat we de telefoon in de avond echt moesten wegleggen. Wat ik ook miste, is het soort natuurlijke creativiteit dat ontstaat als je elkaar op kantoor even ontmoet. Ook vond ik het niet altijd makkelijk om mijn rol als teamleider goed in te vullen. Sommige teamleden maakten heftige dingen mee. Ik ben het type dat dan even met iemand gaat zitten praten. Dat kon nu niet en dat vond ik lastig.

Hoe kijk jij terug op 2020, wat was voor jou een bepalend moment?

Het begin van de eerste lockdown. Een paar collega’s keken naar de persconferentie en kwamen naar mij om te vragen hoe we het gingen doen met dat thuiswerken. Ik dacht: we zien het wel, over een week zitten we weer samen op kantoor. Dat liep dus anders. Wat bepalend is voor het omdenken dat we als team hebben gedaan, van kijken naar wat er wel mogelijk is en daarop acteren, is dat we erachter kwamen hoeveel belangrijke gegevens we kunnen halen uit stukken waarvan wij altijd dachten dat ze voor ons geen waarde hadden. Gemeenten sturen het CBS elk kwartaal de zogeheten IV3-cijfers. Daarin staat wat ze hebben uitgegeven en binnengekregen op allerlei onderwerpen, van parkeergelden en toeristenbelasting tot uitgaven aan sportverenigingen. Dat document werd alleen door de financiële afdelingen gebruikt. Toen wij daarnaar gingen kijken met mensen uit het Data Dream Team en collega’s van de VNG, bleek dat we daar een schat aan informatie uit kunnen halen. Zonder extra gegevens aan gemeenten te hoeven vragen! Die informatie verrijkt Waarstaatjegemeente en dat zal ook na corona zo blijven.